(?)

Het maken van een Reflectieverslag (STARRT)

Naam student

Sterre

Naam begeleider

 

Datum reflectie

Instructie voor het reflecteren

Een reflectieverslag schrijf je in de IK–vorm.

Stel jezelf open vragen.

Stel oordelen over jezelf uit, kijk eerst wat er is gebeurd voordat je er een waarde aan geeft.

Reflecteer niet alleen op probleemsituaties maar ook op succeservaringen.

Het reflectieverslag kan worden besproken tijdens je leren loopbaan gesprek.

Situatie beschrijving

Op wat voor soort bedrijf en op welke afdeling ben ja aan het werk. Aan welk project werk je mee?

Beschrijf de situatie: wanneer, waar en betrokkenen.

Kies een concrete situatie.

Krantenwijk, ik help mijn zus met de kranten, ik heb mijn eigen wijk. Elke week op woensdag doe ik mijn wijk.

Taak

Welke opdracht(en) heb je gekregen om uit te voeren? Wat was je taak?

Beschrijf wat je lastig vond in de beschreven situatie.

Krantenwijk, ik help mijn zus met de kranten, ik heb mijn eigen wijk. Elke week op woensdag doe ik mijn wijk.

Acties

Wat heb je gedaan om je opdracht(en) uit te voeren? Welke acties heb jij allemaal ondernomen?

Hoe heb jij gehandeld in deze specifieke situatie.

De kranten rond gebracht aan de deuren.

Resultaat

Geef een uitgebreid verslag van het resultaat van de opdracht(en). Wat was het resultaat?

Was jouw aanpak succesvol of niet en hoe weet je dat?

Alle huizen hebben een krant om te lezen. Mijn aanpak was wel goed, ik kan voortaan wel beter opletten dat ik geen deur oversla.

Reflectie

Wat ging goed en wat zou beter kunnen?

Hoe zou je het volgende keer aanpakken of: wat zou je de volgende keer verbeteren?

De kranten kan ik best binnen 15 minuten rond brengen, (ik doe zelf maar 1 wijk, mijn zus doet de rest(dat zijn vooral flats)) ik zou voortaan geen deuren moeten vergeten. Anders heeft iemand geen krant

Transfer leerdoel

Wat neem je van deze leerervaring mee in de volgende situatie?

Geen deuren overslaan.

Handtekening voor gezien door de begeleider:

Naam begeleider:

Handtekening:

 


Welke karaktereigenschappen heb jij? (Google: karaktereigenschappen test)

Je Big five score:
Negatieve emotionaliteit (score 15):
Ontvankelijk (14 t/m 16)
Normaal gesproken kalm maar druk of tegenslag kunnen af en toe tot stress reacties leiden.

Extraversie (score 15):
Ambivert (14 t/m 18)
Wisselt makkelijk van samen naar alleen werken. Te weinig afwisseling is vervelend. Lage prikkeldrempel.

Openstaan (score 14):
Gematigde (14 t/m 16)
Praktisch maar probeert soms iets nieuws als er voldoende bewijs is. Niet nieuwsgierig of creatief maar af en toe verrassend.

Altruïsme (score 17):
Onderhandelaar (17 t/m 20)
Goed in competitie en samenwerking. Noch extreem afhankelijk, noch onafhankelijk. Kan goed alleen en samen werken.

Consciëntieus (score 15):
In balans (15 t/m 19)
Houdt taakeisen en persoonlijke behoeften in goede balans. Is ambitieus en kan ontspannen. Doelmatig en spontaan.


Persoonlijkheidstest 1

Score: 35

Jouw persoonlijkheid heeft op bepaalde vlakken nogal wat groei doorgemaakt. Dat het misschien is gebeurd door schade en schande maakt niet zo veel uit. Je hebt een goede start gemaakt. Wees vooral heel eerlijk tegen jezelf. Stel kritische vragen aan jezelf en.. heel belangrijk, geef jezelf ook hardop antwoord. Als je hardop antwoord aan jezelf geeft, zul je bemerken dat je nog eerlijker bent tegen je IK Op die manier kan je de mindere kanten van jezelf de goede kant opsturen en niet stagneren in de groei van je persoonlijkheid

 

Persoonlijkheidstest 2

= Vredelievend =
= Discreet =
= Non-Agressief =

Je bent discreet en toch ook makkelijk in de omgang. Je maakt makkelijk vrienden, maar je vindt het ook belangrijk dat je daarbij vrij en onafhankelijk blijft. Je wilt zo nu en dan alles achter je laten om na te denken over de bedoeling van je ervaringen en zoveel mogelijk van het leven te (gaan) genieten. Je hebt ruimte nodig, dus je gaat dan naar afgelegen plekjes, maar je bent geen kluizenaar. Je hebt een sterk gevoel van innerlijke vrede met jezelf en je omgeving. Daarbij waardeer je het leven zelf en alles wat dat met zich meebrengt.


Je uitslag op de leerstijltest

Je hebt een creatieve leerstijl.
Dat wil zeggen, je leert het liefste door te observeren en je fantasie te gebruiken. Door goed naar de leerstof, andere mensen, of een probleem te kijken, kom je erachter hoe iets in elkaar steekt en in zijn werk gaat. Je gaat daarbij vooral op je gevoel af en geeft je fantasie de vrije loop. Je houdt ervan om te brainstormen over leerstof en oplossingen en bent heel creatief. Wél houd je van duidelijkheid: om iets te leren moet de leerstof voor jou concreet en helder zijn. Je leerstijl heeft grote voordelen. Doordat je zo goed observeert zie je veel verschillende aspecten van de leerstof of een probleem. Bovendien kom je vaak met hele originele ideeën waar anderen nooit aan hadden gedacht.

Jouw motto is:
Geef je fantasie de vrije loop!
Tip: Vertrouw je in álle situaties op de creatieve leerstijl dan kun je tegen jezelf aanlopen. Bijvoorbeeld in situaties waarin je met je handen moet werken of anderszins actief iets moet doen. Probeer in dat geval even goed te ontspannen. Wees niet te bang om fouten te maken en te improviseren. Je zult ontdekken dat 'doen' leuker is dan je denkt.

Beroep of studie:
Bij deze leerstijl past elke studie en/of beroep waarin je creatief bezig kunt zijn met ideeën en oplossingen. Denk bijvoorbeeld aan beroepen zoals schilder of schrijver, het ontwerpen van kleding of tuinen, of het werken op reclame-bureau.

En verder:
Dat je een creatieve leerstijl hebt, wil niet zeggen dat je niet op een andere manier kúnt leren of geen andere studies of beroepen kunt doen. Zoals gezegd, beschikken mensen over meerdere leerstijlen. Uit de test kwam dat je minst favoriete stijl de oplossingsgerichte leerstijl is.

Mensen met een oplossingsgerichte leerstijl leren het liefst door de theorie in de praktijk te brengen. Met abstracte of theoretische leerstof hebben ze dan ook geen enkel probleem, zolang ze er maar iets praktisch mee kunnen doen.


 

Extern                                   Intern

 Positief

Negatief

Sterke punten (Strengths)

 

    • Waar ben je goed/succesvol in?
    • Welke eigenschappen van jou zorgen voor dit succes?
    • Welke motieven had je om voor deze studie te kiezen en waarom dragen deze motieven bij aan het succesvol doorlopen van de studie?
    • Wat zijn je beste prestaties tot nu toe?
    • Hoe verklaar je jouw succes bij die prestaties?

Zwakke punten (Weaknesses)

 

    • Waar ben je niet goed in?
    • Welke eigenschappen van jou zorgen daarvoor?
    • Wat vind je vervelend aan jezelf?
    • Welke slechte ervaringen had je betreft jouw prestaties en in hoeverre zijn die te wijten aan bepaalde zwakke punten in jezelf?
    • Wat wil je beter kunnen?

 Kansen (Opportunities)

 

    • Welke kansen/uitdagingen zie je op dit moment in je studie?
    • Hoe benut je die op dit moment?
    • Welke doelen heb je jezelf gesteld als het gaat om je studie en carrière?
    • Welke ontwikkelingen of trends zie je in de opleiding of in bedrijven die jou nieuwe kansen kunnen bieden?

Bedreigingen (Threats)

 

    • Welke bedreigingen zie je in je omgeving?
    • Zie je obstakels in de loop van je studie?
    • Zijn er ontwikkelingen of trends in je opleiding of in bedrijven die jouw prestatie of kansen negatief kunnen beïnvloeden?